Nieuws

Vrijheid is als een oldtimer (Interview met kapitein René)

Ministerie van Defenie
27 oktober 2020

Mijn opa diende als: dienstplichtig soldaat telegrafist 2e Regiment Genietroepen.

Ik dien als: plaatsvervangend compagniescommandant bij 105 Geniecompagnie Waterbouw.

“Opa was van de gesloten generatie”

“Opa en oma zouden eigenlijk trouwen in 1940, maar daar kwam wat tussen. In ’39 werd hij opgeroepen als dienstplichtige en geplaatst in Dordrecht bij de genietroepen. Als verbindelaar. Ik denk niet dat hij zelf echt gevochten heeft, hoewel het verhaal wel rondgaat dat hij tijdens een vuurgevecht met zijn geweer in de voortuin van een oudtante lag. Maar als je mijn familie een beetje kent, weet je dat dat waarschijnlijk een sterk verhaal is. Opa was van de gesloten generatie; hij vertelde nauwelijks over zijn tijd in de oorlog. Helaas overleed hij toen ik 10 was en heb ik hem er ook nooit naar kunnen vragen.

“Opa had onze foxtrot kunnen zijn.”

“Achteraf is mooi wonen”

Opa Jan-Willem was een vrolijke en drukke grappenmaker die mij elke woensdagmiddag uit school haalde en meenam naar vliegveld Eindhoven om vliegtuigen te kijken. Ik heb nooit geweten dat opa bij de genie zat tot ik zelf genieofficier werd. Ineens vertelde zijn broer mij dat opa dat had moeten weten. Oma vertelde wel dat hij veel over de oorlog las en ik wist ook wel dat hij net als ik gek was op techniek. Maar ik hoorde pas veel later van zijn broer Piet dat hij zelf tijdens de Tweede Wereldoorlog bij de genie zat. De verbindingsdienst was in die tijd nog onderdeel van de genie en opa zat zelfs bij de pontonniers, net als ik. Wij bouwen bruggen zodat gevechtseenheden met droge voeten aan de overkant komen van een waterlichaam. Opa had onze foxtrot (sergeant verbindingen) kunnen zijn.

Bijna alles wat ik weet over opa weet ik door zijn broer die tijdens de oorlog in Nederlands-Indië zat. Samen zouden we nog meer herinneringen ophalen, maar voordat ik die kans kreeg overleed hij plots. Ik baal er achteraf van dat ik te lang wachtte om met hem te spreken, want zo gaan die verhalen verloren. Maar achteraf is mooi wonen.

Het verleden weggestopt
Metalen naamplaatje met de tekst Haarlem, 28-10-1918.

Na de Meidagen namen ze opa krijgsgevangen, maar ze hielden alleen de kaderleden fysiek gevangen. Vanaf het begin van de razzia’s tot ’45 zat hij daarna ondergedoken in Dordrecht of Haarlem. Daar besefte hij pas wat vrijheid betekent. Hij vond het vreselijk om opgesloten te zitten terwijl zijn broertje wel gewoon naar buiten kon. Als je de verhalen uit die tijd hoort, dan valt veel van het gedrag dat je ziet bij je grootouders op zijn plaats.

Opa wilde bijvoorbeeld altijd naar de dodenherdenking kijken en las veel over de oorlog, terwijl oma daar niets van moest weten. De familie wist dat oma in een kamp had gezeten, maar daar werd niet over gesproken. Oma zei altijd dat je niet ziet wat er op je afkomt als je steeds achterom kijkt. Ze stopte letterlijk het verleden weg. Kort na de oorlog hield oma een lezing voor een vrouwenvereniging. De tekst voor die lezing stopte ze in een kistje. Dat kistje mocht pas open na haar overlijden. Dat gebeurde in 2002.

Foto van een militaire defilé in Rotterdam, 1939.
Opa defileert in Rotterdam, 1939.

Samen met haar vader werd oma Ien opgepakt voor het rondbrengen van illegale blaadjes. Eerst sloten ze haar op in Kamp Vught en later in de vrouwengevangenis in Utrecht. Het duurde lang voor ze moest voorkomen en ze werd gelijk na haar veroordeling weer vrijgelaten. Ze had toen wel lang genoeg vastgezeten.

“…daar sliep ik in dezelfde barakken als de bewakers van mijn oma.”

Het voelt nog steeds vreemd dat ik mijn genieopleiding in Kamp Vught kreeg; daar sliep ik in dezelfde barakken als de bewakers van mijn oma. Ik ben ook beëdigd in hetzelfde gebouw als waar oma als strafcorvee aardappels moest schillen. Vroeger zat daar de keuken van het kamp; nu het Geniemuseum.

Mobilisatie-Oorlogskruis met foto in een lijst.
Mobilisatie-Oorlogskruis postuum aan opa uitgereikt in 2013.

Vrijheid beschermen is een taak van iedereen

Mijn ouders namen mij mee op vakantie naar Normandië en Auschwitz. We gingen met het gezin ook altijd naar het bevrijdingsdefilé in Eindhoven en thuis volgden we de Golfoorlog en crises als die in Rwanda of Bosnië op de voet. Of mijn ouders dit bewust deden of mij in het kielzog van hun eigen interesse meezogen weet ik niet, maar het belang van vrijheid is mij altijd bijgebleven.

“Maar hij is ook fragiel en heeft veel zorg en onderhoud nodig; anders rot hij weg onder je kont.”

Vrijheid is voor mij als een oldtimer. Het is een mooi ding om te hebben en je kan er lekker mee toeren. Maar hij is ook fragiel en heeft veel zorg en onderhoud nodig; anders rot hij weg onder je kont. We nemen hem ook vaak voor lief, omdat hij elke dag weer in de garage staat en we er vanuit gaan dat hij daar als vanzelf blijft staan. Volgens mij heeft iedereen als taak om die vrijheid te beschermen en te koesteren. Daar heb je niet per se een groen pak voor nodig.”

Bron: Ministerie van Defensie